In mijn hoofd probeer ik te bedenken wat ik ga zeggen als het mijn beurt is. Het zoveelste voorstelrondje en nog steeds weet ik niet precies wat ik nou het beste kan zeggen. Een dag na zijn geboorte zijn wij ons tweede kindje verloren. Stef had ongelofelijk veel pech en kon daarom niet bij ons blijven. Inmiddels ben ik moeder van vier kinderen. Naast Stef hebben we nog drie dochters. Maar wat zeg je dan in een kennismakingsgesprek of in groepsverband wanneer iedereen iets over zichzelf vertelt? En wat zeg je als iemand vraagt of je kinderen hebt? Het eerste antwoord is makkelijk. Ja, ik heb kinderen. Daarna wordt het vaak ingewikkelder. Hoeveel kinderen heb je? Hoe oud zijn ze? Jongens of meisjes?
Opmerkingen als ‘Ha moeder van 3!’, ‘Wat leuk, een meidengezin!’, of ‘Wat zitten jullie kinderen dicht op elkaar’ (terwijl er nóg een tussen zit) doen soms pijn. Ik reageer er meestal niet op. Degene die de opmerking maakt is zich meestal van geen kwaad bewust. Maar de opmerking blijft wel altijd een tijdje hangen en soms twijfel ik of ik de ander moet corrigeren. Maar ik wil iemand ook niet in verlegenheid brengen. Eeuwig dilemma.
Het is mijn beurt in de voorstelronde. ‘Ik ben Laura. Ik ben getrouwd met Gijs, we wonen in Utrecht en ik ben moeder van Janne, Stef, Jet en Sam.’ Daar is niks aan gelogen. Voor mijn gevoel kan ik niet zeggen dat ik vier kinderen héb, want één ervan is niet meer bij ons en héb ik dus niet meer. Maar zeggen dat ik drie kinderen héb voelt ook harstikke fout. Alsof ik er een verzwijg of expres vergeet. Ik ben en blijf wel de moeder van vier kinderen. En dat één van onze kinderen niet meer leeft hoef ik er niet perse bij te vertellen als ik daar op dat moment geen zin in heb.